Shanties

Over het ontstaan en gebruik van shanties

‘A good shantyman is worth four hands on the rope’

Door: Stephan Kraan
Wist u dat u op de kleuterschool al uw eerste shanty zong? Toch is het zo. 'Daar was laatst een meisje loos' zongen ook de stoere matrozen als ze urenlang rond de kaapstander liepen. En wie brulde tijdens het schoolreisje niet 'What shall we do with the drunken sailor? Ook een echte shanty. Eenvoudige liedjes met een krachtig refrein dat uitnodigt tot meezingen. Tegenwoordig beleven duizenden, voornamelijk mannen, plezier aan het zingen van shanties. Al is de zee vaak ver te zoeken, veel dorpen hebben hun eigen zilte zangersgilde in de vorm van een shantykoor. Een heuse zeeman slaat de schrik ervan om het hart. Een shanty is niets meer dan gereedschap bij het zware werk op zee of in de haven. Zingt het varensvolk een shanty gewoon voor de lol in de kroeg; dan brengt dat ongeluk.

Shanties zijn werkliederen die gezongen werden aan boord van de grote zeilschepen in de periode 1820 tot 1930. De grote zeevarende naties waren, in volgorde van belangrijkheid, Engeland, Amerika, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Nederland. Shanties ontstonden onder invloed van grotere concurrentie, de komst van snellere, grotere en rankere clippers en de opkomst van de stoomschepen. Er moest meer en harder gewerkt worden door minder mensen. Zowel de kwaliteit van het werk als de sfeer aan boord verbeterde als er gezongen werd.
Eén van de matrozen fungeerde daarbij als shantyman. Hij verstond de kunst om luid en ritmisch refreinliederen te zingen. De refreinen werden meegebruld door de bemanning waarbij op het ritme uit volle kracht werd geduwd, getrokken of gelopen. De shanties werden a capella gezongen, dus zonder instrumentale begeleiding. IMG 5194Bij de verschillende handelingen aan boord zongen de matrozen aparte liederen met een eigen karakter en ritme. Omdat werkzaamheden niet altijd even lang duurden, diende een shantyman over de nodige humor en improvisatievermogen te bezitten. Hij verzon ter plekke nieuwe coupletten. De liedjes gingen over de vrouwen aan de kade, zeemeerminnen en andere zeemansdromen. Over bijgeloof, grote tragedies of moedige avonturen. Over lofzangen op de zeilvaart of over bijzondere schepen. Over de slechte omstandigheden aan boord; het harde werken, de slechte kok of de onredelijke kapitein. Shanties waren een stuk gereedschap, net als een mes en de kabelgarens. Matrozen associeerden deze liederen met werken. Het was uit den boze om een shanty te zingen aan de wal of tijdens een spaarzame korte rustperiode aan boord.

Stan Hugill
Met het verdwijnen van de grote zeilers dreigden ook de werkliederen te verdwijnen. Veel shanties zijn ook daadwerkelijk met hun zangers ten onder gegaan. Meteen na de teloorgang van de zeilvaart schreven gepensioneerde zeelieden in Amerika, Frankrijk, Zweden en Duitsland hun repertoire op in liedboeken. Een voorbeeld is het boek Chansons de bord van de Franse officier Armand Hayet (1927).
De belangrijkste onderzoeker en verzamelaar van shanties was Stan Hugill (1906-1992). Hij was voorzover bekend de laatste shantyman die zelf het werk op de clippers deed. Hij verzamelde en publiceerde in zijn leven als zanger en matroos honderden liedjes. Hij schreef de bijbel voor shantyzangers: Shanties From The Seven Seas (1961). Tot zijn dood zong Hugill de shanties op zijn onnavolgbare, authentieke wijze, op maritieme evenementen over de hele wereld. Ook gaf hij lezingen over het leven aan boord en de wijze waarop de liederen werden gebruikt. Zonder zijn onderzoek en inspanningen had de wereld van de maritieme muziek er heel anders uitgezien.
Andere onderzoekers van bronnen zijn het Franse ‘Le Chasse-Marrée’ en het Amerikaanse ‘Mystic Seaport Museum’. Le Chasse-Marrée is een organisatie die zich toelegt op het onderzoeken, behoud en de terugkeer van de Franse traditionele zeilvaart. Onderzoek naar oorsprong en gebruik van shanties en bevordering van het zingen ervan op traditionele wijze, vormen een groot gedeelte van de activiteiten van Le Chasse-Marrée. Zij geeft daartoe tijdschriften en boeken uit, en organiseert cursussen en festivals. In Amerika vervult het Mystic Seaport deze functie. Het museum heeft zelfs shantyzangers in dienst. Zij laten op de walvisvaarder de Charles W. Morgan zien hoe matrozen de liederen tijdens het werk gebruikten. Naast deze organisaties zijn er enkele folkmuzikanten die vaak met succes de archieven afstruinen op zoek naar nieuwe werkliederen.
Van de Nederlandstalige shanties zijn er maar weinig bewaard gebleven. Ze zijn teruggevonden in oude boeken of opgetekend door verzamelaars van oude traditionele liederen. Ate Doornbosch is zo’n onderzoeker. Voor het geringe aantal Nederlandstalige shanties zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Zo is er in de 19 e en 20 e eeuw geen systematisch onderzoek naar gedaan. Een Nederlandse Stan Hugill of Armand Hayet is nooit opgestaan. Dat kan te maken hebben met onze calvinistische inslag, die de vaak ruige of schunnige teksten niet kon verdragen. Maar dat is het niet alleen; er waren ook gewoon niet veel Nederlandstalige shanties. Nederland verloor in het begin van de 19 e eeuw zijn positie als toonaangevende zeevaartnatie vanwege de Napoleontische oorlogen. Er waren minder schepen en de boten die er waren, lagen werkloos in de havens. Hiermee verdwenen grotendeels de Nederlandse tradities en liedjes. Na de Franse overheersing bouwde Nederland zijn vloot weer op. De schepen voeren toen echter vaak met buitenlandse bemanningsleden. Die zongen voornamelijk Engelse, Duitse of Franse shanties of in een mengelmoestaaltje, het pidgin. Deze buitenlandse ‘gereedschappen’ voldeden prima en verhinderden zo het ontstaan van nieuwe Nederlandstalige arbeidsliedjes.

Klippers
Shanties werden populair aan het begin van de industriële revolutie, tussen 1830 en 1860, en bleven dat tot rond 1930. Dit was de eeuw van de klippers. De dikbuikige Oost-Indiëvaarders maakten plaats voor rankere en snellere koopvaardijschepen. In 1818 begon de legendarische Blackball Line met deze snelle klippers een tweemaandelijkse dienst tussen New York en Liverpool. Vanaf die tijd waren de windjammers de baas op de wereldzeeën. Grote schepen met relatief weinig bemanning. De drie, vier of vijfmasters waren uitgerust met ra’s en vierkante zeilen.
IMG 7595Deze schepen waren soms meer dan honderd meter lang en voeren met zesduizend vierkante meter zeil. De zeilen waren daarbij bevestigd aan de horizontale rondhouten of holle metalen buizen, ra’s genoemd. Door de ra’s heen en weer te bewegen, te brassen, konden ze naar de wind gezet worden. De meeste zeilen moest je hijsen, dat gebeurde met de val. De mannen vormden een rij aan het touw beneden op het dek en trokken het zeil omhoog. Andere zeilen werden neergelaten. Het meeste werk aan de touwen of hoog in de masten was handwerk.
Er waren weinig werktuigen aan boord. Voorbeelden ervan zijn de kaapstander ofwel gangspil en de pompen. De kaapstander werd gebruikt om het anker te hieuwen of het schip in de haven of in de sluizen te verhalen. De pompen aan boord dienden om de altijd lekkende schepen drijvende te houden. Met de komst van stoomschepen taande de almacht van de clippers. Rond 1930 was het gedaan met de zeilende vrachtvaart en daarmee met het verschijnsel shanty als werklied. Er werd overigens niet op alle schepen gezongen: op marineschepen was het zingen juist taboe.

De shanties
De werkzaamheden aan boord van de schepen gingen sneller en efficiënter als er een shantyman aan boord was. Het was doorgaans een gewone matroos, die, naast alle voorkomende werkzaamheden, de taak van voorzanger op zich nam. Hij trok dan zelf niet aan de touwen, maar stond bij het blok om het touw door te halen. Hij liep niet mee rond de kaapstander maar zat er bovenop. De shantyman had in zijn leven een enorm repertoire aan liederen opgebouwd. Hij leerde de shanties in de praktijk, van zijn vader en/of andere zangers.