Herinneringen aan Stan Hugill
Door: Robbert Jan Wolzak
De Engelsman Stan Hugill was waarschijnlijk de laatste shantyman aan
boord van de zeilende koopvaardijschepen. 'Fire Down Below' zong hij toen
zijn schip de Garthpool in 1929 verging. Stan overleefde deze schipbreuk
maar het vak ‘shantyman’ was voor altijd verloren. Later verzamelde Stan
Hugill honderden shanties en schreef onder andere het fameuze Shanties From
The Seven Seas. Hij werd een populaire zanger op maritieme festivals over de
hele wereld. Stan Hugill stierf in 1992 op 85-jarige leeftijd. Anderhalf
jaar eerder was hij te gast op het Internationaal Shantyfestival Workum.
Nanne Kalma en Maria Douwes hebben Hugill van dichtbij meegemaakt en ervaren
als een inspirerend mens, een bijzondere zeeman, schilder, schrijver en
verteller, maar bovenal als shantyzanger. Nanne:”Hij zong op een manier
zoals ze vroeger aan boord gezongen moeten hebben, met heel vreemde
geluiden: een soort jodelachtige uitroepen met een vreemd soort gilletje.”
Maria: “Stan was, hoe moe ook, nooit te beroerd om te zingen. Soms zag je
hem tijdens een festival ergens in een hoekje zitten knikkebollen van
vermoeidheid. Maar zodra hij hoorde dat hij aangekondigd werd om wat te gaan
zingen, sprong hij op, was een en al actie en stapte het podium op. Hij was
toen al in de tachtig. Ik heb hem op verschillende festivals zo meegemaakt.
Bij Delfsail kon hij na een paar whisky's zo weer drie uur doorgaan met
feesten.”
Nanne: “Eind jaren '70 ontdekte ik zijn boek Shanties From The Seven
Seas. Het boek bevat naast honderden shanties ook prachtige verhalen
over het gebruik van shanties. Ik was zo onder de indruk, dat ik Stan Hugill
in 1980 opzocht in Wales. Op de bonnefooi reisde ik naar zijn woonplaats
Aberdovey in de hoop hem daar te treffen. Aan de haven zag ik hem zitten.
Een man met het typische uiterlijk van een zeeman: warrig haar met een
staartje, een bontgestreepte trui, tatoeages en natuurlijk een pijpje. Dat
moest Stan Hugill zijn. We raakten aan de praat. Gerichte vragen had ik niet
en ik wist totaal niet waar ik moest beginnen. Dat was ook helemaal niet
nodig. Stan vertelde wel: over zijn belevenissen op zee, over de schepen
waar hij op gevaren had, de zeemansliederen en waar ze allemaal voor
gebruikt werden. Indrukwekkend was dat, heerlijk om mee te maken.”
“Stan was een nieuwsgierige man die overal in geïnteresseerd was. We
waren een keer in het Scheepvaartmuseum en ik weet nog dat hij bij ieder
model langdurig bleef staan. Hij kon stilstaan bij zaken die mij niet eens
zouden opvallen. Zo vertelde hij een kwartier lang over een simpel touwtje
aan een schip. Overal had hij een verhaal bij.”
“Ik was bij de lezing van Stan in Workum,” gaat Maria verder, “en daar
tekende hij met speels gemak de wereldkaart tot in het kleinste detail uit
op papier, uit zijn blote hoofd!”
Nanne vult aan: “Stan was een groot schilder die veel schilderijen heeft
gemaakt waarop het werk aan boord van de zeilende koopvaardijschepen is te
zien. Ze hangen nu verspreid over de hele wereld. Zelf heb ik ook twee
werken van hem thuis hangen. Op één van onze tochten vroeg ik hem om een
schilderij waarop het hijsen te zien was. ‘Dat is goed’, zei hij, ‘wil je
hem in bruin of in blauw?’ Hij schilderde het die winter (1989); Stan
schilderde altijd alleen in de winter. Toen het af was stuurde hij me een
polaroidfoto ervan. Het was een afbeelding van het hijsen waarbij drie
mannen verticaal een touw doorhalen dat door een blok loopt. Eén van de drie
deed het rustig aan, dat was de shantyman. Ik stuurde Stan een brief met
vragen over het schilderij en kreeg gedetailleerd antwoord. Toen ik in 1991
om nog een schilderij vroeg, was de procedure hetzelfde. Hij schilderde,
stuurde de foto in april 1992 en ik stuurde een brief met vragen. De
antwoorden kwamen dit keer niet; een maand later was hij overleden.”
“Ach Stan” ,mijmert Maria, “Hij was altijd goed gehumeurd en
vriendelijk tegenover iedereen. En hij bleef tot het eind toe een echte
zeeman. Ik weet nog dat we een keer samen over de Zeedijk liepen en hij
onmiddellijk vroeg: “Wat kosten die dames hier in Amsterdam?“