De roots van Nanne Kalma
“Bij die refreinliederen vliegt het kippenvel me
op en af”
Door Stephan Kraan
Wie ooit het Shantyfestival Workum heeft bezocht
of gaat bezoeken, kan niet om hem heen: Nanne Kalma (52). Als charmante
presentator van de concerten, waar hij enthousiast en met humor de
artiesten aan het publiek voorstelt. Als schrijver, regisseur, acteur en
zanger in de bijna jaarlijkse muziektheateropvoeringen in
scheepstimmerwerf De Hoop. Als muzikant in het Liereliet en Kat yn’t
Seil. Het festival zou niet kunnen bestaan zonder de talloze
vrijwilligers, maar zeker niet zonder Nanne Kalma. Telkens weer weet hij
de vele bewonderaars en liefhebbers van zijn muziek te verrassen. Geen
wonder dat hij in het jaar 2000 de provinciale cultuurprijs De Friese
Anjer kreeg. Nanne Kalma over zijn fascinatie voor folkmuziek,
liederencycli en a capellazang.
“Het waren de Beatles in 1964 met I Want To Hold
Your Hand die mij er op veertienjarige leeftijd toe brachten om
gitaarles te nemen. Ik hoorde dat nummer in Tijd voor Teenagers
en liep meteen naar de platenzaak om het hoesje te bekijken. Alles werd
anders. Vanaf dat moment ben ik op de kop in de muziek gedoken. Een jaar
later begon ik met vrienden de band Pugh’s Place. We speelden
Engelstalige popmuziek en hadden erg veel succes; zoveel dat onze eerste
LP en single door Boudewijn de Groot werden geproduceerd. Door de
studies van de verschillende bandleden moesten we in 1971 stoppen. Mijn
volgende groep werd Farmers Union die Engelstalige folk speelde. Folk
was veel relaxter en zachter dan popmuziek. Ik merkte bovendien dat ik
het meest van liedjes hield. Ik ontdekte de folkgroep Rum. Die jongens
zongen prachtige liederen in het Vlaams. Rum deed mij beseffen hoe
makkelijk, mooi en krachtig het kan zijn om muziek te maken in je eigen
taal. Ik wist toen meteen dat zingen in het Fries mijn volgende stap zou
zijn. In 1973 stopte Farmers Union. Ik maakte toen een beetje de balans
op en lummelde een jaartje rond. Ik zocht naar Friese liedjes, maar kon
die nergens vinden. Ik besloot ze toen zelf te schrijven.”
Liederencycli
“Behalve het zingen in mijn eigen taal, was ik gefascineerd door
liederencycli rond een thema. Dat kwam door de rockgroep The Kinks. Ze
zijn bekend van hits als ‘Lola’ en ‘Sunny Afternoon’.
In 1969 brachten ze de rockopera Arthur uit. Dit was voor mij
echt een monument. Een hele LP over de hardwerkende generatie van de
jaren vijftig, die het Engeland van na de oorlog opbouwden.
Daartegenover de jongeren van de jaren zestig, die zorgeloos de
verworven luxe als vanzelfsprekend ervoeren. Dat was voor mij een
herkenbaar verhaal, in prachtige spannende muziek uitgevoerd. Het
slotlied heb ik echt jarenlang elke dag in mijn hoofd gehad. Ook latere
themaplaten, zoals Preservation, waren schitterende
liederencycli. De muziekencyclopedie van het popblad OOR ziet dit
Preservation overigens als het dieptepunt in de carrière van de
Kinks. Voor mij is het juist een hoogtepunt; mooie harmonieën, klanken
en veel humor. Ik vond die themaplaten geweldig. Het was echter totaal
iets anders dan wat ik in mijn beide bands speelde. Maar toen ik me aan
het heroriënteren was nadat Farmers Union stopte, wilde ik zelf iets
dergelijks gaan doen.“
“Tijdens mijn zoektocht naar Friese liedjes kwam ik het Gudrun-verhaal
tegen. Ik vroeg een tekstschrijver dit uit te werken in verschillende
liedjes. Deze cyclus nam ik samen met vriendin Inez Timmer en gasten op
als een studioproject. De Gudrun Sêge werd een succes en zo
ontstond uit dit studioprobeersel in 1975 de Friese folkgroep Irolt. In
de twaalf jaar dat Irolt bestond, brachten we geregeld themaplaten uit
rond Friese volksverhalen. Daarna heb ik ook met Kat yn’t Seil en Kajto
verschillende liederencycli gemaakt.”
Johnny en Jim
“Met Irolt speelden we vaak op festivals in Engeland. In 1976 kwamen
Inez en ik voor het eerst in aanraking met het verschijnsel singaround
op het festival van Bracknell. In de kelder van een groot gebouw zat
Johnny Collins temidden van zo’n honderd Engelsen. Om de beurt zongen de
aanwezigen een lied, waarbij iedereen het refrein meezong. Bij het horen
van die meerstemmige refreinen vloog het kippenvel me op en af. Het was
zo fantastisch. Toen ik aan de beurt was, kon ik niets anders doen dan
bescheiden de schouders ophalen. Ik kende zulke liedjes niet. Eenmaal
thuis ging ik op zoek naar Nederlandse en Friese refreinliederen. Het
jaar erop kon ik ook een lied inzetten in de singaround van Bracknell.
Een geweldige ervaring: je had helemaal geen instrumenten nodig en kon
gewoon gaan zitten zingen. De ontdekking van de kracht van het a capella
zingen, was echt een wending in mijn leven. Ik kocht toen ook mijn
eerste gebonden versie van Shanties From The Seven Seas van
Stan Hugill.“
“Inez en ik vertelden onze vrienden over Bracknell. Zo raakten ook
Ankie van der Meer en Gjalt Bosma verknocht aan refreinliederen. Van
deze kelder-singaround in Bracknell stamt het basisidee voor de
Liereliet-avonden in Workum. Het was ook in Bracknell dat ik in gesprek
kwam met Jim Mageean en de basis legde voor onze vriendschap. Johnny en
Jim werden zo de meest aangewezen shantyzangers om ons in 1980 in Workum
het verschijnsel singaround aan te leren. Ze zijn zo ontzettend goed!
Met zijn tweeën hebben ze meer power dan menige groep. Eigenlijk vind ik
Johnny en Jim de beste Engelstalige shantyzangers die er bestaan.”

Nanne en Johnny op een festival in Estland
Scheepstimmerwerf De Hoop
“In 1990 stapte ik even uit de folkmuziek met het project De
Ongeluckige Voyage Van ‘t Schip Batavia. Drums en gillende
gitaarsolo’s begeleidden de liedjes die het verhaal van de enige reis
van de Batavia vertelden. In 1995 pakte ik dat project met Liereliet nog
eens op om er een muziektheatervoorstelling van te maken. Live gezongen
met de muziekband, gestoken in zeventiende-eeuwse pakken, speelden we
het hele verhaal na. Dit was ook de eerste muziektheatervoorstelling
tijdens het shantyfestival. Het vond plaats in het antieke decor van
scheepstimmerwerf De Hoop. Het publiek reageerde enthousiast en het was
fantastisch om te doen. Daarmee ontstond de, bijna jaarlijkse, traditie
om in Workum zo’n spektakel op de werf te houden.”
“In 1998 bestond de Strontrace 25 jaar. De organisatie ervan vroeg mij
weer zo’n muziektheater te maken ter gelegenheid van hun jubileum. Het
werd Stoom Afblazen In Het Kraaiennest, dat we voor deze
gelegenheid in de havenkom van Workum uitvoerden. Het publiek op de
dijken en het spel op de kade, in roeiboten en op een tjalk. Met alle
schepen van de Strontrace als decor was het een schitterend schouwspel.
Ook de laatste jaren heb ik, op een enkele keer na, voor ieder festival
wel een liederencyclus geschreven. In 2000 De Lotgevallen van Sjouke
Gabbes, vorig jaar De Reis naar de Wilde Kust. Dit jaar
schreef ik het muziektheaterstuk Henry Hudson en de Halve Maen
dat vast ook wel eens in Workum te zien zal zijn. Mijn hoofd
zit nog steeds vol ideeën. Ik blijf elk project zien als een oefening in
creativiteit en ieder afgerond project leidt tot nieuwe oefeningen, om
met Reid te spreken.”