|
Home
English
Deutsch
Français
Programma
Artiesten
De Loden
Kiel
Tickets
Praktisch
Nieuws
Geschiedenis
Shanties
CD's
Links
Fotogalerij
Media
Organisatie
Donateurs
Contact
naar boven
naar boven
naar boven
naar boven
naar boven
naar boven
|
Het Internationaal Shantyfestival Workum krijgt in 2003 hele
bijzondere gasten. Al het spaargeld gaat op om enkele shantyzangers
uit het Caribische Sint-Vincent te halen. Geen gepolijste
folkzangers maar vier doorleefde bejaarde vissers, die tot in de
jaren zeventig onder het zingen van shanties op kleine walvissen
visten. Het is hun tweede optreden nadat ze in 2002 zijn herontdekt
door de Amerikaanse onderzoekers van Mystic Seaport. In juni 2002
zongen de Whalers op het shantyfestival in Mystic waar het publiek
ze als topattractie ontving. In Workum is het niet anders.
Door Stephan Kraan
Algemeen aanvaard is de gedachte dat Stan Hugill de laatste shantyman
aan boord van de grote zeilende koopvaardijschepen is geweest.
Onderzoekers binnen het genre werkliederen op zee, hebben nooit een
ander kunnen traceren. Naarmate de tijd verstrijkt is de kans daarop
natuurlijk ook steeds kleiner. Toch zijn onderzoekers van Mystic
Seaport (Connecticut, USA) er in 2002 in geslaagd om een groepje
vissers in het Caribisch gebied te herontdekken die tot in de jaren
'70 shanties gebruikten bij hun jacht op kleine walvissen.
Herontdekken omdat de folklorist Roger Abrahams deze groep in de
zestiger jaren al had gevonden. Hij maakte bandopnames van hun
shanties en tekende de liedjes op in een boekje. Deze mannen bleken
dus nog te leven.
In het najaar van 2001 bezocht Dan Lanier, voormalig organisator van
het Mystic Seaport's Annual Sea Music Festival, het eiland St.
Vincent. Dit is één van de Bovenwindse Eilanden en maakt deel uit
van het Engelse Gemenebest. Dan Lanier ontdekte Alfred Mason, George
Frederick en enkele andere voormalige walvisvaarders, die veertig
jaar eerder op de tapes van Abrahams hadden gezongen. Behalve deze
'oude bekenden' ontmoette Lanier ook enkele andere nog levende
shantymen. Hij besefte meteen hoe uniek deze 'vondst' was en
schakelde het Mystic Seaport Museum in. De vissers die allen in het
dorp Barrouallie woonden, kenden elkaar wel maar niet als zangers.
Lanier bracht ze samen en zijn locale zakenvriend, Vincent Reid,
wierp zich op als manager en beschermer van het nieuw ontdekte
cultuurgoed. De voormalige vissers gingen hun repertoire oefenen en
de organisatie van het Mystic Seaport Museum bewoog hemel en aarde
om de Barrouallie Whalers, zoals de groep inmiddels heette, naar
Amerika te halen.
En zo stonden op 6 juni 2002 vier zenuwachtige, zwarte, bejaarde
mannen op het podium van het 23ste Mystic Seaport
Festival. In helder blauwe shirts en met baseballpetten in dezelfde
kleur, vielen ze wat uit de toon bij de altijd sjofel geklede
folkzangers. In goed verstaanbaar Engels vertelden ze hoe een dag
vissen op vanuit hun dorp Barroualllie vroeger in zijn werk ging.
Het verhaal werd geïllustreerd met shanties zoals die bij de
verschillende werkzaamheden gebruikt zijn. Dat ging ongeveer zo:
"s' Avonds werd alles voorbereid en klaargelegd voor het
uitvaren. Om half vier namen we plaats in onze open sloepen roeiden
de zee op tot een bepaalde afstand van de kust. Daar wachtten we op
de blackfish. Dat duurde soms erg lang en ondertussen vermaakten we
ons met verhalen vertellen en liedjes zingen. Zagen we een blackfish
dan roeiden we daar heel rustig heen onder het zingen van Blackbird
Get Up. Eén van ons stond voorin de sloep klaar met de harpoen.
Zodra we dicht genoeg genaderd waren, werd de harpoen als een speer
in het lijf van de walvis gegooid. Die trok het schip dan in
vliegende vaart voort, soms over grote afstanden. Soms dook de
blackfish de diepte in of was het anderszins zo gevaarlijk dat we de
lijn moesten doorsnijden. Hadden we de eerste blackfish te pakken,
volgden er vaak meer. Omdat ze, net als andere walvissoorten in
familieverband leven, kwamen de andere familieleden vaak kijken bij
de gewonde vis. Daardoor lukte het vaak om meerdere familieleden of
zelfs hele families te vangen. De walvissen werden óf meteen in
stukken gesneden en in de boten geladen, óf aan de zijkant van de
boten bevestigd en meegenomen naar het dorp. Het terugroeien van de
zwaarbeladen boten was een langdurige onderneming en moest erg
voorzichtig gebeuren om geen water in de boten te krijgen. We
gebruikten hiervoor liederen als 'Shenadoah', 'The Rio Grand' en 'A
Long Time Ago'. Deze shanties zongen we langzaam en de teksten
verschilden per keer. In de baai, dicht bij het dorp, werden weer
verschillende shanties gezongen. Nu om onze komst bij de
dorpsbewoners aan te kondigen. Die hielpen vervolgens wederom onder
het zingen van shanties met het aan de wal trekken van de blackfish.
Als beloning kreeg iedereen een stuk vlees."
De Barrioullie Whalers leerden de liederen van generatie op generatie.
Veel van deze shanties waren ooit meegebracht door dorpsgenoten die
gewerkt hadden op de zeilende walvisvaarders of op de
koopvaardijschepen. De shanties werden ingepast in de locale
vistraditie. In plaats van bij het hijsen van zware zeilen of het lopen
aan de kaapstander, zongen de vissers de liederen bij het roeien. Zo
kregen de shanties wel een andere functie, maar werden ze nog steeds als
werklied gebruikt.
Deze zangtraditie stopte in de jaren zeventig toen de economische
belangen groter werden. De vissers wilden hun buit niet meer delen met
de dorpsbewoners omdat ze de inkomsten ervan zelf nodig hadden. Hulp om
de beesten aan wal te trekken was door het gebruik van lieren ook niet
meer nodig. Op een gegeven moment verdrongen grote vissersschepen de
sloepen en hield de traditie helemaal op te bestaan.
Na hun succes in Mystic waren de Barrouallie Whalers de grote helden
van het festival in Workum in 2003. Staande ovaties door het publiek,
bewonderd door de folkzangers en de hemel in geprezen door de pers. De
Whalers wisten niet wat hen overkwam. Al dat enthousiasme voor hun
eeuwenoude liedjes die ze nooit anders zongen dan in de eenzaamheid van
de golven, in gevecht met de Blackfish. Helaas is er nog geen cd van
deze wonderlijke oude mannetjes met hun onbeschrijfelijke manier van
zingen. Wel heeft het Mystic Seaport Museum het boekje van Roger
Abrahams uit 1974 heruitgegeven. Het heet Deep the water and shallow
the shore en is aangevuld met een voorwoord van Geoff Kaufmann en
een up to date verhaal over deze laatste levende shantytraditie.
|